Noordpijlen creëren
Methode |
Gereedschap |
Gereedschappenset |
Methodes voor Het gereedschap ‘Plaats symbool’ |
Noordpijl |
Aanduidingen |
Gebruik het gereedschap Noordpijl om de oriëntatie van de tekening aan te geven, in verschillende configuraties. De afwijking van het ware magnetische noorden kan op sommige configuraties worden weergegeven. Als de ontwerplaag een georeferentie heeft, wordt het object geroteerd zodat het in de juiste richting wijst.
Noordpijlen hebben een constante grootte, ongeacht de schaal van de tekening.
Om een noordpijl te creëren:
Activeer het gereedschap en de gewenste methode.
Klik om het object in de tekening te plaatsen en klik daarna nogmaals om de rotatie te bepalen. Als je het gereedschap voor de eerste keer in een bestand gebruikt, verschijnt het instellingenvenster van het gereedschap automatisch. Pas de standaardinstellingen aan. Nadien kan je de parameters wijzigen via het Infopalet.
Click to show/hide the parameters.Click to show/hide the parameters.
Veld |
Omschrijving |
Schaal (2D) |
Bepaal de grootte van de pijl. Vul een hogere waarde in om de pijl groter te maken. |
Configuratie |
Selecteer een pijlstijl uit de lijst.
|
Grafische kenmerken pijl |
Selecteer een pijlstijl uit de lijst; pijlstijlen omvatten gevulde en ongevulde versies |
Toon afwijking magnetisch noorden |
Voegt de afwijking van het ware magnetische noorden toe voor sommige stijlen |
Afwijking |
Specificeert de afwijking ten opzichte van het ware noorden |
Gebruik heliodon |
Koppelt de pijl met een heliodon in de tekening. De noordpijl komt op één lijn met het noordpunt van de heliodon. |
Selecteer Heliodon |
Klik op deze knop om het dialoogvenster ‘Selecteer Heliodon’ te openen. Klik op de kolom Gebruik naast een Heliodon om het te selecteren. |
Heb je niet gevonden wat je zocht? Stel je vraag aan Dex, onze virtuele assistent.