Stippels creëren
Methode |
Gereedschap |
Gereedschappenset |
Methodes voor Polylijnen tekenen |
Stippels |
Aanduidingen |
Met het gereedschap Stippels kan je een willekeurig patrooncreëren, bestaande uit verschillende vormen, afmetingen en eventueel kleuren binnen een afgebakende zone. Dit patroon is vergelijkbaar met een handmatige vlakvulling. Om stippels te creëren, gebruik jehet Stippels gereedschap, of je kan een gesloten 2D-vorm tekenen en vervolgens het commando Creëer objecten d.m.v. meetkundige vorm selecteren (zie Creëer objecten op basis van vormen).
Om stippels te creëren:
Activeer het gereedschap en de methode.
Klik op de knop Instellingen om het dialoogvenster ‘Stippels’ te openen en de standaardinstellingen voor het gereedschap aan te passen. Nadien kan je de parameters wijzigen via het Infopalet. Je kan kiezen tussen twee vormen om het stippelpatroon te definiëren.
Klik hier om de velden te tonen/te verbergen.Klik hier om de velden te tonen/te verbergen.
Veld |
Omschrijving |
Vorm 1/Vorm 2 |
Selecteer het gewenste tabblad voor de samenstelling van het stippelpatroon. |
Type |
Selecteer een vormtype. Bij de vorm Polygoon kan je ook het aantal zijden bepalen.
|
Min. afmeting/Max. afmeting |
Geef de maximum- en maximumafmeting op van het stippelpatroon. |
Max. deviatie |
Geef de maximale afwijking voor de hoogte/breedte-verhouding op. Geef de waarde 0 op indien u geen vervorming wenst. |
% menging |
Geef op hoeveel procent je met stippels van het bij Vorm 1 geselecteerde type wilt invullen. De rest wordt opgevuld met het bij Vorm 2 geselecteerde type (als je bijvoorbeeld 60% voor Vorm 1 opgeeft, wordt automatisch 40% van Vorm 2 weergegeven). Als je aan Vorm 1 100% toekent, wordt Vorm 2 niet gebruikt. |
Dichtheid |
|
Laag/Hoog |
Verplaats de schuifknop naar rechts om het aantal stippels te vermeerderen of geef een waarde in tussen 1 en 200 in het veld onder de schuifknop. |
Met vulkleuren |
Vink deze optie aan om de stippels in een egale vulkleur weer te geven. |
Van/tot |
Je kan deze kleur per stippel laten variëren door hieronder verschillende kleuren te selecteren. Het tussenliggende gamma wordt gebruikt. |
Verloop |
Vink deze optie aan om de stippels vanuit de omtrek van het gestippelde object te laten afnemen.
|
Breedte zone |
Bepaal de breedte (op papier) van de zone waarop het kleurverloop moet worden toegepast. |
Midden vrijhouden |
Vink deze optie aan om het midden van het gestippelde object vrij van stippels te houden.
|
Weergave aan omtrek |
Selecteer de methode waarmee je de stippels aan de omtrek van het gestippelde object wenst weer te geven.
|
Willekeurige rotatie |
Vink deze optie aan om de stippels op een willekeurige manier te roteren. Vink deze optie uit om het tekenen sneller te laten verlopen bij vormen die geen rotatie nodig hebben zoals ovalen met een verhouding van 1. |
Gebruik reële eenheden |
Vink deze optie aan om de eenheden in dit dialoogvenster als reële eenheden te behandelen. Anders behandel je de afmetingen als ‘gemeten op een afdruk’. |
Opgelet: de opties Met vulkleuren en Verloop belasten de beeldschermopbouw. Het opnieuw genereren van de tekening zal meer tijd in beslag nemen.
Klik om het beginpunt van de polylijn te bepalen.
Klik om een tweede punt te bepalen. Herhaal deze stappen om segmenten te creëren tot het object volledig is.
Klik opnieuw op het beginpunt om een gesloten polylijn te maken of dubbelklik om een open polylijn te maken.
Een gestippeld object bewerken
Na het invoegen van een stippelobject kan je de eigenschappen ervan aanpassen via het Infopalet. Hiervoor klik je op de knop Instellingen in het tabblad Object van het Infopalet.
Om de standaardinstellingen van het gereedschap te wijzigen, klik je op de knop Instellingen in de Methodebalk.
Om een gestippeld object te vervormen, dubbelklik je op het object. Hierdoor wordt het gereedschap Vervorm object geactiveerd. Selecteer en versleep de controlepunten om de omtreklijn van het gestippelde object te wijzigen. Zie Objecten vervormen voor meer informatie.
Een gestippeld object als symbool bewaren
Zodra het gestippelde object is aangemaakt, kan je de instellingen bewaren om ze in de toekomst te gebruiken of om ze te importeren in andere bestanden. Wanneer je de stippelhulpbron nadien via het Hulpbronnenbeheer selecteert, zijn alle parameters gedefinieerd en kan je een nieuwe vorm tekenen met dat stippelpatroon.
Om de instellingen van een gestippeld object bewaren:
Selecteer een gestippeld object.
Klik in het Infopalet op de knop Bewaar.
Het dialoogvenster ‘Geef een naam op’ verschijnt.
Geef een unieke naam op.
Het stippelpatroon wordt bewaard in de symbolenmap Stippels in het Hulpbronnenbeheer.
Dubbelklik in het Hulpbronnenbeheer op een stippelsymbool, kies een methode uit de Methodebalk en teken het nieuw stippelobject.
Zie Polylijnen tekenen. voor meer informatie over de tekenmethodes van polylijnen.
Heb je niet gevonden wat je zocht? Stel je vraag aan Dex, onze virtuele assistent.