Concept: Parametrische restricties
Parametrische restricties creëren relaties tussen een object en het tekenblad, tussen twee objecten of binnenin een object. Via dit gereedschap bepaal je hoe verschillende elementen zich tegenover elkaar moeten gedragen. Er zijn twee types parametrische restricties: dimensionale en geometrische. Dimensionale restricties forceren een meetbare relatie door de afmetingen van of tussen objecten te beperken tot een gegeven waarde. Geometrische restricties forceren een fysieke relatie door de oriëntering van objecten te beperken.
Je kan parametrische restricties plaatsen op alle 2D-objecten. Voor 3D-objecten komen alleen muren, symbolen en parametrische objecten met 2D-componenten in aanmerking. Een object kan meerdere restricties hebben, maar de restricties zijn niet geldig doorheen de lagen. Parametrische restricties kunnen opgelegd worden aan objecten op verschillende lagen, zolang de lagen eenzelfde schaal hebben en de weergave van lagen ingesteld is op Toon/Grijp naar/Bewerk andere.
Let er ook op dat je de restrictie op hetzelfde vlak plaatst als het object of de objecten waarvoor de restrictie geldt; wanneer de restrictie voor meerdere objecten geldt, moeten deze objecten op hetzelfde vlag liggen. Restricties die op een object toegepast zijn, bewegen mee wanneer dit object naar een ander vlak verplaatst wordt.
Restricties op één enkel object blijven zelfs gelden wanneer het object gekopieerd of geknipt en geplakt wordt. Dupliceer je slechts één van twee objecten waartussen een restrictie bestaat, dan verdwijnt die restrictie.
Bij het plaatsen van een parametrische restrictie geven rode indicatielijnen de relatie tussen de betreffende objecten weer. De indicatielijnen kan je verbergen of zichtbaar maken. Vink de optie Toon parametrische restricties aan bij de Vectorworksvoorkeuren in de categorie ‘Weergave’. OF: selecteer Weergave > Toon/Verberg > Toon/Verberg parametrische restricties.
Heb je niet gevonden wat je zocht? Stel je vraag aan Dex, onze virtuele assistent.