Het aanzicht inpassen

Zodra de invoeglijnen ongeveer op de op juiste plaats liggen, kan je het aanzicht van het zichtvenster op dat van de voorvertoning afstemmen.

Wanneer je beslist om het aanzicht in te passen, gebeurt het volgende:

Indien nodig wordt er voor het zichtvenster een Renderworks achtergrond gecreëerd op basis van de foto.

Het aanzicht wordt ingepast in overeenstemming met de invoeglijnen.

De foto-inpassingsreferentie (van het model) wordt verankerd op de plaats van het referentiepunt op de foto.

Om het aanzicht in te passen:

Selecteer de foto-inpassing.

Kies in het Infopalet voor ‘Draadstructuur’ of ‘Achterliggende lijnen verbergen’ als Rendermethode.

De rendermethode die je hier voor de foto-inpassing kiest, wordt eveneens op het zichtvenster toegepast. Voor het in- en bijstellen van het aanzicht in een eerste fase, kies je best voor een rendering in ‘Draadstructuur’ of ‘Achterliggende lijnen verbergen’.

Klik op de knop Pas aanzicht in.

Als het model ondersteboven staat nadat je op de knop Pas aanzicht in hebt geklikt, wijzen de groene en rode invoeglijnen waarschijnlijk naar verkeerde verdwijnpunten. Let erop dat de groene invoeglijnen naar het linker verdwijnpunt wijzen en de rode invoeglijnen naar het rechter verdwijnpunt.

Invoeglijnen en referentiepunt aanpassen

De weergave in detail afstellen

Foto-inpassing

Heb je niet gevonden wat je zocht? Stel je vraag aan Dex, onze virtuele assistent.