DesignSeries02844.pngKasten plaatsen

Methode

Gereedschap

Gereedschappenset

Methodes voor Het gereedschap ‘Plaats symbool’

Onderkast

BaseCabinet_tool.png 

Kolomkast

UtilityCabinet_tool.png 

Hangkast

WallCabinet_tool.png 

Interieur

De kastgereedschappen bieden de mogelijkheid om verschillende standaard kasten in te voegen en deze individueel aan te passen aan uw wensen. Daarnaast kunt u ook gebruik maken van hulpbronnen uit de catalogi van fabrikanten, of u kunt uw eigen objectstijlen voor kasten creëren (zie Concept: Objectstijlen voor parametrische objecten). Handgrepen voor kastdeuren en laden zijn voorzien in de Vectorworksbibliotheek en kunnen geselecteerd worden via het Hulpbronnenbeheer.

Naast deze standaard kasttypes, kunt u in Vectorworks ook kasten op maat creëren (zie Maatkasten creëren).

Om een kast in te voegen:

Activeer het gereedschap en de methode.

Volg een van onderstaande werkwijzen:

Klik in de Methodebalk op het veld naast Actieve symbool om een hulpbron via de Hulpbronnenkiezer te selecteren.

Klik op de knop Instellingen om het instellingenvenster te openen en de standaardinstellingen voor het gereedschap aan te passen.

Nadien kunt u de parameters wijzigen via het Infopalet.

Klik op een plaats in de tekening om de locatie van het object te bepalen. Klik nogmaals om de rotatie te bepalen.

Creëer eventueel een objectstijl op basis van het object (zie Standaard objectstijlen met catalogusopties).

Eigenschappen Onderkast

 

Veld

Omschrijving

Stijl

Vervang, bewerk of ontkoppel de huidige stijl, of creëer een nieuwe objectstijl vanaf een parametrisch object zonder stijl.

Door een objectstijl te wijzigen zullen alle objecten in het bestand die deze stijl gebruiken, aangepast worden.

Verberg parameters volgens stijl

Vink deze optie aan om alle parameters die van een stijl afhangen, te verbergen; deze parameters kunt u niet bewerken in het Instellingenvenster of het Infopalet.

Spiegel

Klik op deze knop om het object te spiegelen. Deze parameter is enkel beschikbaar voor objecten die in een muur zijn ingevoegd.

Positie

Via deze knop activeert u het gereedschap Verplaats (methode D.m.v. referentiepunt). Verplaats hiermee het object over een bepaalde afstand vanaf een opgegeven referentiepunt. Deze parameter is enkel beschikbaar voor liften die in een muur zijn ingevoegd.

Type

Selecteer één van de beschikbare kasttypes.

Afwerking randen

Selecteer één van de beschikbare types.

Blinde wand

Selecteer voor onderkasten van het Type ‘Standaard’ of ‘Voor spoelbak’ of u een blinde wand wenst te plaatsen en zo ja, links of rechts.

Lengte

Geef de lengte van de voorzijde van de kast op.

Asymmetrische hoek

Vink deze optie aan om de beide hoeken van een hoekkast asymmetrisch te bematen. Geef in dat geval ook een waarde op voor Lengte linker element.

Hoogte/Diepte

Geef de hoogte en diepte van de kast op.

Dikte

Geef de dikte van het kastmateriaal op.

Type deurblad

Selecteer één van de beschikbare types.

Laden

Vink deze optie aan om de laden weer te geven.

Type lade

Selecteer één van de beschikbare types.

Openingswijze deur

Selecteer de openingswijze van de deur.

Type deuren

Selecteer één van de beschikbare types.

Deuren geopend in 3D

Vink deze optie aan om de deuren open te zetten (90°) in 3D-weergave.

Type paneel

Selecteer één van de beschikbare types.

Hoogte boog

Geef een hoogte op voor de boog in verhouding tot de breedte van de deur.

Breedte kader/friezen

Geef een waarde op voor de breedte van het kader.

Afschuining buiten

Bepaal of de rand van de deuren en laden moet worden afgeschuind.

Afschuining binnen

Bepaal of de binnenzijde van deuren en laden moeten worden afgeschuind.

Randen

Geef een waarde op voor de randen bovenaan, tussenin, onderaan en aan de zijkanten.

Aantal schappen

Geef een waarde op voor het aantal schappen.

Plint

Vink deze optie aan om een plint weer te geven.

Hoogte plint/Insprong plint

Geef een waarde op voor de hoogte van de plint en voor de insprong van de plint ten opzichte van het voorpaneel.

Werkblad

Vink deze optie aan om het werkblad weer te geven.

Spatscherm

Selecteer welke spatschermen u wenst te plaatsen.

Hoogte spatscherm

Geef de hoogte van het spatscherm op ten opzichte van het werkblad.

Dikte spatscherm

Geef de dikte van het spatscherm op.

Dikte werkblad

Geef de dikte van het werkblad op.

Oversteek

Geef de oversteek van het werkblad op ten opzichte van het voorpaneel.

Omslag

Geef een waarde voor de omslag van het werkblad op.

Gedetailleerd

Vink deze optie aan om de kast gedetailleerd weer te geven.

Klasse kast/deuren/plint/werkblad

Ken een klasse toe om de kenmerken en de zichtbaarheid van de verschillende kastonderdelen te bepalen. Selecteer een klasse uit de lijst met klassen die aanwezig zijn in de tekening of creëer een nieuwe klasse. Selecteer <Onderkast> om een kastonderdeel aan dezelfde klasse toe te kennen als de onderkast.

Hoogte deurgreep/ladegreep

Geef een waarde op voor de hoogte van de deurgreep/ladegreep.

Deurgrepen/Ladegrepen

Klik op de knop Deurgrepen en/of Ladegrepen om een deurgreep/ladegreep te selecteren uit de bibliotheek of het huidige bestand. Selecteer een symbool uit de lijst met Symbolen (of selecteer het symbool ‘Geen greep’ om de deur- of ladegrepen te verwijderen).

Eigenschappen Kolomkast

FurnFixt02846.png 

Veld

Omschrijving

Stijl

Vervang, bewerk of ontkoppel de huidige stijl, of creëer een nieuwe objectstijl vanaf een parametrisch object zonder stijl.

Door een objectstijl te wijzigen zullen alle objecten in het bestand die deze stijl gebruiken, aangepast worden.

Verberg parameters volgens stijl

Vink deze optie aan om alle parameters die van een stijl afhangen, te verbergen; deze parameters kunt u niet bewerken in het Instellingenvenster of het Infopalet.

Spiegel

Klik op deze knop om het object te spiegelen. Deze parameter is enkel beschikbaar voor objecten die in een muur zijn ingevoegd.

Positie

Via deze knop activeert u het gereedschap Verplaats (methode D.m.v. referentiepunt). Verplaats hiermee het object over een bepaalde afstand vanaf een opgegeven referentiepunt. Deze parameter is enkel beschikbaar voor liften die in een muur zijn ingevoegd.

Lengte

Geef de lengte van de voorzijde van de kast op.

Hoogte/Diepte

Geef de hoogte en diepte van de kast op.

Dikte

Geef de dikte van het kastmateriaal op.

Type deurblad

Selecteer één van de beschikbare types.

Type deuren

Selecteer één van de beschikbare types.

Openingswijze hoofddeur

Selecteer de openingswijze van de deur(en).

Type paneel

Selecteer één van de beschikbare types.

Type tussenstijl

Selecteer één van de beschikbare types.

Hoogte greep

Geef een waarde op voor de hoogte van de greep.

Aantal schappen

Geef een waarde op voor het aantal schappen.

Deuren geopend in 3D

Vink deze optie aan om de deuren open te zetten (90°) in 3D-weergave.

Openingswijze bovenste deur

Selecteer de openingswijze van de bovenste deur.

Hoogte bovenste deur

Geef de hoogte op van de bovenste deur.

Type bovenste deur

Selecteer één van de beschikbare types.

Type bovenste paneel

Selecteer één van de beschikbare types.

Bovenste tussenstijl

Selecteer één van de beschikbare types.

Hoogte deurgreep bovenste deur

Geef een waarde op voor de hoogte van de deurgreep van de bovenste deur.

Aantal schappen bovenste deur

Geef een waarde op voor het aantal schappen van de bovenste deur.

Hoogte boog

Geef een hoogte op voor de boog in verhouding tot de breedte van de deur.

Breedte kader/friezen

Geef een waarde op voor de breedte van het kader.

Afschuining buiten

Bepaal of de rand van de deuren en laden moet worden afgeschuind.

Afschuining binnen

Bepaal of de binnenzijde van deuren en laden moeten worden afgeschuind.

Randen

Geef een waarde op voor de randen bovenaan, tussenin, onderaan en aan de zijkanten.

Plint

Vink deze optie aan om een plint weer te geven.

Hoogte plint/Insprong plint

Geef een waarde op voor de hoogte van de plint en voor de insprong van de plint ten opzichte van het voorpaneel.

Gedetailleerd

Vink deze optie aan om de kast gedetailleerd weer te geven.

Klasse kast/deuren/plint/glas

Ken een klasse toe om de kenmerken en de zichtbaarheid van de verschillende kastonderdelen te bepalen. Selecteer een klasse uit de lijst met klassen die aanwezig zijn in de tekening of creëer een nieuwe klasse. Selecteer <Kolomkast> om een kastonderdeel aan dezelfde klasse toe te kennen als de kolomkast.

Grepen

Klik op de knop Grepen om een greep te selecteren uit de bibliotheek of het huidige bestand. Selecteer een symbool uit de lijst met Symbolen (of selecteer het symbool ‘Geen greep’ om de grepen te verwijderen).

Eigenschappen hangkast

FurnFixt02847.png 

Veld

Omschrijving

Stijl

Vervang, bewerk of ontkoppel de huidige stijl, of creëer een nieuwe objectstijl vanaf een parametrisch object zonder stijl.

Door een objectstijl te wijzigen zullen alle objecten in het bestand die deze stijl gebruiken, aangepast worden.

Verberg parameters volgens stijl

Vink deze optie aan om alle parameters die van een stijl afhangen, te verbergen; deze parameters kunt u niet bewerken in het Instellingenvenster of het Infopalet.

Spiegel

Klik op deze knop om het object te spiegelen. Deze parameter is enkel beschikbaar voor objecten die in een muur zijn ingevoegd.

Positie

Via deze knop activeert u het gereedschap Verplaats (methode D.m.v. referentiepunt). Verplaats hiermee het object over een bepaalde afstand vanaf een opgegeven referentiepunt. Deze parameter is enkel beschikbaar voor liften die in een muur zijn ingevoegd.

Type

Selecteer één van de beschikbare kasttypes.

Afwerking randen

Selecteer één van de beschikbare types.

Blinde wand

Selecteer of u een blinde wand wenst te plaatsen en zo ja, links of rechts.

Lengte

Geef de lengte van de voorzijde van de kast op.

Asymmetrische hoek

Vink deze optie aan om de beide hoeken van een hoekkast asymmetrisch te bematen. Geef in dat geval ook een waarde op voor Lengte linker element.

Hoogte/Diepte

Geef de hoogte en diepte van de kast op.

Dikte

Geef de dikte van het kastmateriaal op.

Delta Z

Geef de afstand van de onderzijde van de hangkast ten opzichte van de vloer op.

Type deurblad

Selecteer één van de beschikbare types.

Aantal deuren

Bepaal het aantal deuren.

Openingswijze deur

Selecteer de openingswijze van de deur.

Type deuren

Selecteer één van de beschikbare types.

Type paneel

Selecteer één van de beschikbare types.

Type tussenstijl

Selecteer één van de beschikbare types.

Aantal schappen

Geef een waarde op voor het aantal schappen.

Hoogte boog

Geef een hoogte op voor de boog in verhouding tot de breedte van de deur.

Hoogte greep

Geef een waarde op voor de hoogte van de greep.

Breedte kader

Geef een waarde op voor de breedte van het kader.

Afschuining buiten

Bepaal of de rand van de deuren en laden moet worden afgeschuind.

Afschuining binnen

Bepaal of de binnenzijde van deuren en laden moeten worden afgeschuind.

Randen

Geef een waarde op voor de randen bovenaan, tussenin, onderaan en aan de zijkanten.

Klasse glas

Ken eventueel een klasse toe aan het glas.

Gedetailleerd

Vink deze optie aan om de kast gedetailleerd weer te geven.

Klasse kast/deuren

Ken een klasse toe om de kenmerken en de zichtbaarheid van de verschillende kastonderdelen te bepalen. Selecteer een klasse uit de lijst met klassen die aanwezig zijn in de tekening of creëer een nieuwe klasse. Selecteer <Hangkast> om een kastonderdeel aan dezelfde klasse toe te kennen als de hangkast.

Grepen

Klik op de knop Grepen om een greep te selecteren uit de bibliotheek of het huidige bestand. Selecteer een symbool uit de lijst met Symbolen (of selecteer het symbool ‘Geen greep’ om de grepen te verwijderen).

Hulpbronnenkiezer

Het Infopalet

Symbolen in muren invoegen

Heb je niet gevonden wat je zocht? Stel je vraag aan Dex, onze virtuele assistent.