Inhoud bestand
Commando |
Locatie |
Inhoud bestand |
Bestand |
Met het commando Inhoud bestand opent u een dialoogvenster met specifieke informatie uit het actieve bestand. U kunt de gewenste informatie in een lijst weergeven en indien gewenst exporteren zodat u de informatie vervolgens in een tekstverwerkings- of rekenprogramma (bijvoorbeeld Word, Excel of FileMaker) kunt overnemen. Het dialoogvenster kan ook dienen om bepaalde items uit het document te verwijderen, zoals samenvallende duplicaten, ongebruikte hulpbronnen, lege lagen, enzovoort.
In het dialoogvenster ‘Inhoud bestand’ kunt u een categorie kiezen om weer te geven, de gevonden informatie (als een tekstbestand) exporteren en individuele items uit het bestand verwijderen. Afhankelijk van de categorie die u kiest bij Toon, verandert de inhoud van de lijst eronder.
Klik om de velden te tonen / te verbergen.Klik om de velden te tonen / te verbergen.
Veld |
Omschrijving |
Toon |
Selecteer een categorie om specifieke informatie over het actieve bestand in de lijst weer te geven. |
Ontwerplagen |
Selecteer deze categorie om alle ontwerplagen binnen het bestand op te lijsten. Als u de categorie ‘Ontwerplagen’ selecteerde, vindt u in de lijst de volgende kolommen: Naam, Schaal, Zichtbaarheid, Abonnement, 2D-objecten en 3D-objecten. De kolom ‘Schaal’ geeft de schaal van elke laag weer. De kolom ‘Zichtbaarheid’ geeft aan of een laag zichtbaar, onzichtbaar of grijs is. In de kolom ‘Abonnement’ kunt u zien of een laag geabonneerd isof niet. De kolommen ‘2D-objecten’ en ‘3D-objecten’ tonen het aantal respectievelijke objecten op elke laag. Als u dubbelklikt op een item in de lijst van ontwerplagen, wordt het dialoogvenster ‘Omschrijving ontwerplaag’ geopend. Hier kunt u een vrije tekst opgeven. Wanneer u de lijst van ontwerplagen exporteert, wordt deze tekst bij de ontwerplaag in kwestie weergegeven. |
Presentatielagen |
Selecteer deze categorie om alle presentatielagen binnen het bestand op te lijsten. Als u de categorie ‘Presentatielagen’ selecteerde, vindt u in de lijst de volgende kolommen: Naam en Tekenformaat. Als u dubbelklikt op een item in de lijst van presentatielagen, wordt het dialoogvenster ‘Omschrijving presentatielaag’ geopend. Hier kunt u een vrije tekst opgeven. Wanneer u de lijst van presentatielagen exporteert, wordt deze tekst bij de presentatieplaag in kwestie weergegeven. |
Klassen |
Selecteer deze categorie om alle klassen binnen het bestand op te lijsten. Als u de categorie ‘Klassen’ selecteerde, vindt u in de lijst de volgende kolommen: Naam, Zichtbaarheid, Kenm. autom. toekennen, Textuur, 2D-objecten en 3D-objecten. De kolom ‘Zichtbaarheid’ geeft aan of een klasse zichtbaar, onzichtbaar of grijs is. De kolom ‘Kenm. autom. toekennen’ geeft aan of de klassekenmerken automatisch aan de objecten worden toegekend. De kolommen ‘2D-objecten’ en ‘3D-objecten’ tonen het aantal respectievelijke objecten in elke klasse. De letters in deze kolom geven aan of er texturen zijn geselecteerd voor de klasse. (Meer informatie hierover vindt u in het hoofdstuk Organisatie) |
Objecttypes |
Selecteer deze categorie om alle objecttypes binnen het bestand op te lijsten en het aantal objecten per objecttype weer te geven. Als u de categorie ‘Objecttypes’ selecteerde, vindt u in de lijst de volgende kolommen: Type en Aantal. Hier kunt u zien hoeveel objecten van elk objecttype er in het bestand aanwezig zijn. |
Symbolen |
Selecteer deze categorie om alle symbolen binnen het bestand op te lijsten. Als u de categorie ‘Symbolen’ selecteerde, vindt u in de lijst de volgende kolommen: Naam, Record, Objecten in symbolen en Ingevoegd. De kolom ‘Record’ geeft aan of er een record aan het symbool gekoppeld is. De kolom ‘Objecten in symbolen’ geeft het aantal geneste objecten in een symbool weer. In de kolom ‘Ingevoegd’ kunt u lezen hoeveel symbolen van elk type in de tekening zijn ingevoegd. |
Hulpbronnen |
Selecteer deze categorie om alle Hulpbronnen (behalve symbolen) in het bestand op te lijsten. Dit kunnen records, rapporten, verlopen, afbeeldingen, texturen, achtergronden, lijnarceringen, schetsstijlen, muren, scripts, scriptpaletten, enzovoort zijn. Als u de categorie ‘Hulpbronnen’ selecteerde, vindt u in de lijst de volgende kolommen: Naam, Type en Abonnement. De kolom ‘Type’ geeft aan om welk soort hulpbron het gaat. In de kolom ‘Abonnement’ kunt u zien of de hulpbron geabonneerd is of niet. |
Lagenkoppelingen |
Selecteer deze categorie om in de lijst weer te geven of het bestand een lagenkoppeling bevat en zo ja, welke lagen daarbij betrokken zijn. Als u de categorie ‘Lagenkoppelingen’ selecteerde, vindt u in de lijst alle lagen die bij een lagenkoppeling betrokken zijn. |
Ongebruikte objecten |
Selecteer deze categorie om alle ongebruikte items in het bestand op te lijsten. Dit kunnen lege lagen of symboolmappen, objecten buiten de tekenzone, nutteloze objecten of ongebruikte hulpbronnen zijn. Met de knop Verwijder kunt u de gewenste items uit het bestand verwijderen. |
Samenvallende duplicaten |
Selecteer deze categorie om alle samenvallende duplicaten in het bestand op te lijsten, dat wil zeggen objecten die op elkaar liggen en exact dezelfde eigenschappen hebben (objecttype, kleur, klasse, lijndikte, enz.). Met Verwijder kunt u de onzichtbare duplicaten uit het bestand verwijderen. Als er samenvallende duplicaten binnen een symbool worden gevonden, wordt in de kolom ‘Laag’ de symboolnaam weergegeven. |
Zoeken in groepen / Zoeken in symbolen |
Schakel deze optie(s) in om ook de informatie over objecten, hulpbronnen, klassen enz. die zich binnen groepen of symbolen bevinden, in de lijst weer te gegeven. |
Lijst |
In deze lijst wordt de gevonden informatie weergegeven. De inhoud van de lijst is afhankelijk van de bij Toon geselecteerde categorie. |
Totaal |
Hier kunt u zien hoeveel items de lijst bevat en hoeveel 2D- en 3D-objecten of symbolen er in het bestand aanwezig zijn. |
Exporteer |
Klik op deze knop om één lijst (met informatie over één categorie) of alle lijsten (met informatie over alle categorieën) te exporteren onder de vorm van een tekstbestand. Hierna verschijnt het dialoogvenster ‘Inhoud bestand bewaren’ (zie hieronder). |
Verwijder dupl. |
Klik op deze knop om de items die in de lijst geselecteerd zijn, uit de tekening te verwijderen. Opgelet: Klassen, ontwerp- en presentatielagen kunnen niet met deze knop verwijderd worden. Ga hiervoor naar Extra > Organisatie (zie Dialoogvenster ‘Organisatie’). |
Toon in tekening |
Gebruik deze knop om samenvallende duplicaten in de tekening te lokaliseren. Selecteer hiervoor eerst het gewenste object in de lijst en klik dan op Toon in tekening. Vectorworks zal inzoomen op het object in kwestie en dit object selecteren. (Mogelijk moet u het dialoogvenster verplaatsen om de samenvallende objecten te zien.) |
Het dialoogvenster ‘Inhoud bestand bewaren’
Dit dialoogvenster verschijnt zodra u op de knop Exporteer klikt. Hier bepaalt u welke informatie geëxporteerd moet worden.
Klik om de velden te tonen / te verbergen.Klik om de velden te tonen / te verbergen.
Veld |
Omschrijving |
Actieve lijst / Alle lijsten |
Kies welke informatie u wilt exporteren: de informatie van alle lijsten of alleen de informatie weergegeven in het venster. |
Lagen-/klassenkenmerken exporteren |
Vink deze optie aan om de lagen- en klassenkenmerken mee te exporteren. U kunt een tekstdocument met kenmerken van lagen en klassen importeren in een Vectorworksdocument met behulp van het commando Extra > Bewerk lagen / klassen. |
Wanneer u op OK klikt, verschijnt een dialoogvenster van waaruit u het tekstbestand kunt opslaan. U kunt het bestand vervolgens openen met een tekstverwerkings- of rekenprogramma (zoals Word, Excel, FileMaker) of het importeren in een databank.
Heb je niet gevonden wat je zocht? Stel je vraag aan Dex, onze virtuele assistent.