ArchLand06319.pngAfschotisolatie

Gereedschap

Gereedschappenset

Afschotisolatie

Gefaelledaemmung.png 

Detaillering

Met het gereedschap Afschotisolatie kunt u een harde of een zachte afschotisolatie tekenen. Afschotisolaties zijn parametrische objecten, die u via het Infopalet kunt wijzigen.

Gefaelledaemmung_Bsp.png 

Als u Afschotisolatie selecteert, verschijnen volgende tekenmethodes in de Methodebalk. 

Methode

Omschrijving

Bepaald door een invoeglijn

Met deze methode bepaalt u de vorm van de afschotisolatie. U tekent een invoeglijn door twee keer te klikken. De hoogte van de afschotisolatie kunt u bepalen via het dialoogvenster Instellingen (zie Beginhoogte/Eindhoogte). Met de methode linkerkant of rechterkant bepaalt u welke zijde van de afschotisolatie u tekent.

Insteekmodules_derden206322.png 

Bepaald door twee invoeglijnen

Selecteer deze methode om de afschotisolatie te begrenzen door twee rechten. Teken daarvoor twee rechten met de gewenste hoek. Het gebied tussen de twee rechten wordt automatisch met isolatie gevuld.

Insteekmodules_derden206325.png 

Linkerkant / Rechterkant

 

De tweede methodegroep is enkel beschikbaar indien u de afschotisolatie tekent d.m.v. een enkele invoeglijn. U geeft hiermee aan waar de afschotisolatie ten opzichte van de invoeglijn moet worden getekend. Zo kunt u bepalen in welke richting de hoogte van de isolatie getekend wordt (naar boven of naar beneden).

Zachte isolatie

Selecteer deze methode om een zachte afschotisolatie te tekenen.

Harde isolatie

Selecteer deze methode om een harde afschotisolatie te tekenen.

Instellingen

Klik op deze knop om de standaardinstellingen voor het gereedschap aan te passen.

Om een afschotisolatie te creëren:

Activeer het gereedschap.

Klik op de knop Instellingen. Het dialoogvenster ‘Instellingen’ wordt geopend. Pas hier de standaardwaarden (Type, hoogte, kenmerken enz.) naar wens aan. 

Veld

Omschrijving

Type

Selecteer of u een harde of een zachte isolatie wilt tekenen.

Rotatie

Bepaal de hoek van het patroon waarmee de vaste isolatie zal worden getekend.

Insteekmodules_derden206327.png 

Beginhoogte/Eindhoogte

Bepaal via deze keuzelijsten of u de afschotisolatie via een begin- en eindhoogte of via een helling (uitgedrukt in procent of in graden) zult definiëren. In de keuzelijst Eindhoogte kunt u bovendien instellen dat de eindhoogte bepaald wordt d.m.v. een muisklik.

Helling in % / Helling in graden / Lengte

De waarden die u hier ziet, zijn berekend op basis van de opgegeven waarden voor Beginhoogte en Eindhoogte. Merk op: deze waarden verschijnen enkel wanneer u een bestaande isolatie bewerkt.

Linker- en rechterrand tonen

Vink deze optie aan om de linker- en rechterkant van de afschotisolatie te tekenen. Op deze manier kunt u de afschotisolatie als een gesloten element tekenen, bijvoorbeeld als een aan de muur bevestigde buitenisolatie.

Kapjes

Selecteer aan welke kant een kapje moet worden getekend: Aan het begin, Aan het einde, Aan weerszijden of Geen. Zo kunt u gesloten elementen (bv. isolatieplaten) tekenen.

Kenmerken

Hier bepaalt u het uitzicht van de afschotisolatie. Onder ‘Rand’ stelt u de kenmerken van de rand in. Deze gelden zowel voor de linker- als de rechterrand van de isolatie. Onder ‘Vulling’ kunt u een klasse selecteren voor de vulling van de isolatie. Voor bestaande afschotisolaties kunt u hier ook de vul- en lijnkenmerken definiëren. De lijn- en vulkenmerken van nieuwe isolaties worden door het Kenmerkenpalet bepaald.

Selecteer in de Methodebalk of u de afschotisolatie door middel van één invoeglijn of door middel van twee invoeglijnen wilt tekenen (eerste groep), langs welke kant u wilt uitlijnen (tweede groep) en of u een harde of een zachte isolatie wilt tekenen. (derde groep).

Plaats de invoeglijn(en) van de afschotisolatie.

De afschotisolatie wordt op uw tekening geplaatst.

Afschotisolatie via Infopalet wijzigen

U kunt een bestaande afschotisolatie ook wijzigen door de gegevens op het Infopalet aan te passen. 

Veld

Omschrijving

Bovenste deel

Dit deel van het Infopalet is hetzelfde voor alle objecttypen en wordt in de sectie over het Infopalet in detail besproken. U vindt hier de naam van het type object, de klasse en laag waartoe het object behoort en het vlak waarop het zich bevindt.

Coördinaten

Bepaal hier de coördinaten op het ontwerplaagvlak of werkvlak.

Rotatie

Geef de rotatiehoek in.

Instellingen

Met deze knop roept u het dialoogvenster ‘Instellingen’ op, waar u de instellingen van de geselecteerde afschotisolatie kunt aanpassen.

De volgende instellingen zijn dezelfde als die in het dialoogvenster ‘Instellingen’.

Horizontale afstand

U kunt het isolatiepatroon horizontaal verschuiven. Zo kunt u de overgangen van aangrenzende isolatiesegmenten aan elkaar aanpassen.

Vlakke isolatie

Verbind platte isolatie

Heb je niet gevonden wat je zocht? Stel je vraag aan Dex, onze virtuele assistent.