Ontwerpzones creëren
Methode |
Gereedschap |
Gereedschappenset |
Methodes voor Polylijnen tekenen |
Ontwerpzone |
Irrigatie |
Zodra je uitlaten (en druppeluitlaten) in de tekening heeft geplaatst, kan het handig zijn om het vereiste waterverbruik van de uitlaten in evenwicht te brengen. Dit doe je door de uitlaten in ontwerpzones te plaatsen alvorens je de buizen en ventielen aan de uitlaten toevoegt. Dankzij ontwerpzones kan je uitlaten makkelijker in zones groeperen. Zo ben je zeker dat er via het aansluitpunt van de waterbron voldoende waterdruk en -doorstroom is om te voorzien in de behoeften van de zones in kwestie.
Ontwerpzones kunnen bovendien de sproeizones analyseren en je helpen bij het inschatten van de overlappingen. Daarnaast kunnen ze bepalen of alle zones voldoende bedekking hebben.
Methode |
Omschrijving |
Uitlaat type |
Selecteer uit de lijst het type uitlaat dat je in de ontwerpzone wilt opnemen. In het geval van meerdere types kies je de optie Selecteer meerdere. |
Tekenmethoden voor polylijn |
Selecteer volgens welke methode je de polylijn wilt tekenen (zie ). Het object wordt op deze polylijn gebaseerd. Polylijnen tekenen |
Instellingen |
Stel de standaardwaarden in voor de ontwerpzone. |
Om een ontwerpzone te creëren:
Plaats uitlaten en eventueel een aansluitpunt (volgens de verwachte opstelling) in de tekening alvorens de ontwerpzone te creëren.
Activeer het gereedschap en selecteer het gewenste Uitlaat type in de Methodebalk.
Kies de optie ‘Selecteer meerdere’ als je verschillende types uitlaten in de ontwerpzone wilt opnemen. Het dialoogvenster om de uitlaattypen te kiezen, wordt geopend. Plaats een vinkje in de kolom Inclusief voor uitlaten die je in de ontwerpzone wilt opnemen. Wanneer de zone meerdere uitlaattypen zal bevatten, verschijnt de melding <Meervoudige selectie> in de lijst Type uitlaat.
Selecteer de gewenste polylijnoptie in de Methodebalk.
Je kan ook een gesloten 2D-vorm creëren en dan het commando Creëer objecten d.m.v. meetkundige vorm (see Creëer objecten op basis van vormen).
Klik om het beginpunt van de ontwerpzone vast te leggen. Wanneer je de polylijn voor de ontwerpzone tekent, zullen de uitlaten die in de zone worden opgenomen, oplichten. Teken de polylijn van de ontwerpzone door bij elk controlepunt te klikken. Klik op het beginpunt of dubbelklik om het laatste controlepunt van de ontwerpzone te plaatsen.
De sectie Ontwerpinformatie in het Infopalet levert analysegegevens die je helpen bepalen of de uitlaten in de ontwerpzone efficiënt omgaan met het water afkomstig van het aansluitpunt. Wijzig de uitlaattypen die in de berekeningen van de ontwerpzone worden opgenomen door op knop Uitlaten opnieuw toekennen te klikken.
Nadat je de ontwerpzone heeft gecreëerd kunt de vorm ervan bewerken met behulp van het gereedschap Vervorm object. Na het invoegen van het object kan je de parameters ervan wijzigen via het Infopalet.
Klik hier om de velden te tonen/te verbergen.Klik hier om de velden te tonen/te verbergen.
Veld |
Omschrijving |
Standaard |
|
Zone-ID |
De ontwerpzones die je creëert, worden automatisch achtereenvolgens genummerd volgens de opgegeven volgorde in het tabblad Zonering van de irrigatie-instellingen. Zo kan je de ontwerpzones makkelijker identificeren. |
Naam zone |
Geef in dit veld een naam aan de ontwerpzone. Dit kan handig zijn bij het aanmaken van labels, irrigatierapporten en andere rekenbladen. |
Naam |
Wanneer er slechts één aansluitpunt in de tekening aanwezig is, wordt dit automatisch geselecteerd. Zo niet, selecteer dan zelf het aansluitpunt dat de objecten in de ontwerpzone van water zal voorzien. |
Opmerking |
Geef in dit veld een opmerking. Dit kan handig zijn voor labels, irrigatierapporten en andere rekenbladen. |
Geef weer in de tekening |
Selecteer de optie Informatie volgens ontwerp of Informatie volgens berekening. Dit bepaalt de weergave van de waarden en bedekkingszones in de tekening (zie ). Concept: Ontwerp en berekeningsparameters voor irrigatie |
Ontwerpinformatie |
|
Gegevens |
Hier wordt de informatie over de ontwerpzone weergegeven. |
Uitlaten opnieuw toekennen |
Het dialoogvenster om de uitlaattypen te kiezen, wordt geopend. Plaats een vinkje in de kolom Inclusief voor uitlaten die je in de berekeningen van de ontwerpzone wilt opnemen. |
Vernieuw |
Klik op deze knop om de gegevens opnieuw te berekenen en de weergave te vernieuwen nadat je uitlaten aan de zone heeft toegevoegd of bepaalde uitlaten aan een andere zone heeft toegekend. |
Aanduidingen |
|
Koppel tag/label |
Vink deze optie aan om automatisch een tag/label aan het object te koppelen. Het meest recent geselecteerde label voor dit type object wordt gebruikt. Klik op het label om de eigenschappen ervan te bewerken (zie Labels aan irrigatieobjecten toevoegen). |
Toon bedekkingsanalyse |
Vink deze optie aan om zones zonder overlapping, of met één of meerdere overlappende sproeizones weer te geven.
|
Toon zone-ID |
Vink deze optie aan om de zone-ID in het label van de ontwerpzone op te nemen. |
Toon doorstroom totaal/aansluitpunt |
Vink deze optie aan om de totale doorstroom en de maximum doorstroom van het aansluitpunt in het label van de ontwerpzone op te nemen. |
Parameters controlepunten |
Door middel van deze parameters kan je de controlepunten bewerken van het pad dat aan de basis ligt van de ontwerpzone (zie ). Controlepunten van objecten aanpassen |
Heb je niet gevonden wat je zocht? Stel je vraag aan Dex, onze virtuele assistent.