Instellingen irrigatie
Commando |
Werkomgeving: Pad |
Instellingen irrigatie |
Design Suite: AEC> Irrigatie Landschap: Landschap > Irrigatie |
Geef de standaardinstellingen op alvorens een ontwerp te starten. De irrigatie-instellingen zijn enkel op het huidige bestand van toepassing.
Klik op Herstel om de instellingen naar hun standaardwaarden terug te zetten.
Om de irrigatie-instellingen aan te passen:
Selecteer het commando
Het dialoogvenster Irrigatie-instellingen wordt geopend.
Deze instellingen vervangen de Eenheden opgegeven bij de documentinstellingen en zijn enkel van toepassing op de irrigatiecomponenten van de tekening. Geef de eenheid en de precisiewaarde op voor de grootte (kleine afmetingen van componenten zoals de diameter van de buis), de afstand (afmetingen voor grotere items zoals de projectieafstand), de hoek, de druk, het debiet en de snelheid. Voor elke dimensie, met uitzondering van de hoek, kan je een eenheid op maat opgeven (zie Eenheden op maat).
Klik op het tabblad Buizen/leidingen.
Klik hier om de velden te tonen/te verbergen.Klik hier om de velden te tonen/te verbergen.
Veld |
Omschrijving |
Buisdimensionering |
|
Bijkomende buisverliesfactor |
Wanneer je het commando Buisdimensionering gebruikt om de buisafmetingen in te stellen, geef dan een bijkomend verliespercentage op. Dit dient om rekening te houden met bijkomend verliezen bij componenten zoals koppelingen. De bijkomende factor wordt opgeteld bij het drukverlies van de buizen volgens berekening. |
Max. drukverschil van uitlaten |
Wanneer je het commando Buisdimensionering gebruikt om de buisafmetingen in te stellen, kan je in dit veld het maximum toegelaten drukverschil opgeven tussen de eerste en de laatste uitlaat op een aftakkingsleiding. |
Hoofdleiding/Aftakkingsleiding |
Elk tabblad bevat de standaardinformatie voor hoofdbuizen en aftakkingsbuizen. |
Standaard buistype |
Kies welk type buis je voor de meeste buizen in het project wilt gebruiken. |
Maximum snelheid |
Bepaal de maximum toegelaten snelheid voor de buizen in het systeem. De buizen mogen deze snelheid niet overschrijden. |
Standaard sleufdiepte |
Bepaal de standaard sleufdiepte waarop de buizen worden ingegraven. Deze waarde wordt gebruikt voor informatieve doeleinden. |
Standaard hulsdiameter |
Geef de standaard hulsdiameter voor het project op. |
Lijst met afmetingen |
Wanneer je het commando Buisdimensionering gebruikt om de buisafmetingen in te stellen, vind je in deze lijst de beschikbare buizen voor het irrigatiesysteem. Buisafmetingen met een vinkje in de kolom Gebruik kunt u, indien ze geschikt zijn, gebruiken door middel van het commando. Jouw selectie in het veld Standaard buistype bepaalt welke buisafmetingen in de Lijst met afmetingen als beschikbaar of, indien blanco, als niet beschikbaar worden aangeduid. Deze lijst wordt eveneens door het gereedschap Buis gebruikt als de optie Min. diameter onder snelheidslimiet geselecteerd is. |
Gebruik alle |
Klik hier om in de kolom Gebruik een vinkje voor alle buisafmetingen te plaatsen. |
Gebruik geen |
Klik hier om in de kolom Gebruik alle vinkjes te verwijderen. |
Druppelslangen |
|
Standaard buistype |
Kies welk type buis je voor de meeste druppelslangen in het project wilt gebruiken. |
Standaard sleufdiepte |
Bepaal de standaard sleufdiepte waarop de druppelslangen worden ingegraven. Deze waarde wordt gebruikt voor informatieve doeleinden. |
Klik op het tabblad Zonering.
De instellingen op dit tabblad zijn van toepassing op de ontwerpzones (zie Ontwerpzones creëren). Selecteer de gewenste nummeringsmethode voor de zone en kies vervolgens welke klassen gebruikt moeten worden om overlappende bedekking of gebieden zonder bedekking te identificeren.
Klik hier om de velden te tonen/te verbergen.Klik hier om de velden te tonen/te verbergen.
Veld |
Omschrijving |
Nummering voor zone-ID's |
Kies volgens welke methode de Zone-ID parameter voor ontwerpzones automatisch genummerd wordt. Je kan een numerieke of alfabetische methode selecteren. |
Bedekkingsanalyse - klasse voor de sproeizone |
In dit veld kan je een klasse toekennen aan de verschillende situaties van bedekking of overlapping van de sproeizones. Hierdoor kan je de overlappingen makkelijker identificeren bij het uitvoeren van een bedekkingsanalyse. |
Geen bedekking |
Voor delen van de ontwerpzone waar geen bedekking door nevelaars van toepassing is, kan je uit de lijst een van de klassen kiezen die reeds in de tekening aanwezig zijn of een nieuwe klasse creëren. |
Eén - Vier |
Voor elke situatie van bedekking of overlapping kan je uit de lijst een van de klassen kiezen die reeds in de tekening aanwezig zijn of een nieuwe klasse creëren. “Eén” betekent dat het gebied eenmaal bedekt wordt, “Twee” betekent dat er één overlapping plaatsvindt, enzovoort. |
Klik op het tabblad Toekennen van klassen.
Bepaal door middel van deze instellingen of de verschillende irrigatieobjecten (en in sommige gevallen subobjecten) automatisch aan een klasse worden toegekend en welke klassenamen voor de objecten van toepassing zijn. De klassen waaraan je objecten toekent, worden in het bestand aangemaakt zodra je deze objecten toevoegt.
Klik hier om de velden te tonen/te verbergen.Klik hier om de velden te tonen/te verbergen.
Veld |
Omschrijving |
Automatische klassen voor irrigatieobjecten |
|
Gebruik |
Bevestig dat het geselecteerde irrigatieobject aan de klasse in kwestie wordt toegekend door een vinkje in de kolom Gebruik te plaatsen. Je kan dit ook bevestigen door de optie Gebruik deze klasse voor het irrigatieobject aan te vinken. |
Irrigatieobject |
In deze lijst staan de verschillende types irrigatieobjecten die je kan creëren met behulp van de irrigatiegereedschappen. Selecteer een rij om de informatie erin te bewerken. |
Klasse |
Hier zie je de klasse die aan een irrigatieobject wordt toegekend. Er worden klassenamen gesuggereerd op basis van het standaardnaamgevingssysteem (zie Standaardnamen gebruiken). |
Geselecteerde item |
|
Gebruik deze klasse voor het irrigatieobject |
Vink deze optie aan om het geselecteerde type irrigatieobject aan de klasse in kwestie toe te kennen. Deze optie is identiek aan het vinkje in de kolom Gebruik. |
Klasse |
Voor elk geselecteerd type irrigatieobject kan je uit de lijst een van de klassen kiezen die reeds in de tekening aanwezig zijn of een nieuwe klasse creëren. |
Ga naar het tabblad Instellingen.
Selecteer Bereken het netwerk automatisch indien gewenst. Wanneer deze optie is ingeschakeld, worden de berekeningen voor het irrigatienetwerk (druk, doorstroom en andere waarden) automatisch bijgewerkt na wijzigingen, en in het Infopalet worden de meest recente resultaten weergegeven. Voor complexe tekeningen kan de optie uitgeschakeld worden, zeker tijdens de ontwikkelingsfase van het ontwerp. Wanneer de optie is uitgevinkt, kunnen de waarden in het Infopalet verouderd zijn. Om de berekeningen van het irrigatienetwerk bij te werken, selecteer Landschap > Irrigatie > Herreken.
Heb je niet gevonden wat je zocht? Stel je vraag aan Dex, onze virtuele assistent.