Een 3D-object torsen
Methode |
Gereedschap |
Gereedschappenset |
3D-object torsen |
Vervormen |
3D Modelleren |
Om een volume of NURBS-oppervlak te torsen:
Activeer het gereedschap en selecteer de methode.
Als je de cursor over 3D-objecten beweegt, lichten ze op om aan te geven dat ze kunnen worden getorst. Klik om een volume of een NURBS-oppervlak te selecteren.
Om meerdere objecten te selecteren houd je de shift-toets ingedrukt terwijl je de objecten aanklikt.
Er verschijnt een gradenboog rond de cursor. Plaats de gradenboog op een vlak en klik om het middelpunt van de torsing te bepalen.
De gradenboog verschijnt enkel wanneer een object is geselecteerd. Om de gradenboog naar wens te positioneren, moet je mogelijk een specifiek werkvlak activeren in de lijst Actieve vlak in de Weergavebalk.
Het middelpunt van de torsing hoeft niet op het object te liggen.
De gradenboog blijft vaststaan op het aangeklikte punt en er verschijnt een rotatiehoeklijn. Beweeg de cursor om de gradenboog te roteren. Een verplaatsbare referentielijn verschijnt en geeft het beginpunt van de torsing aan. Klik om de referentielijn te plaatsen.
Terwijl je de cursor verplaatst, volgt de rotatiehoeklijn de cursor en krijg je een voorvertoning van het getorste object.
Objecten kunnen meer dan 360 graden worden getorst.
Klik om de bewerking te voltooien. Het object wordt vervormd en omgezet naar een generiek volume.
Heb je niet gevonden wat je zocht? Stel je vraag aan Dex, onze virtuele assistent.