LandmarkIrrigatie

De irrigatiegereedschappen en -commando's in Vectorworks Landschap maken het voor landschapsdeskundigen mogelijk irrigatiesystemen te ontwerpen en te analyseren, maar ook om nauwkeurige as-built tekeningen te maken. Er zijn verschillende workflows mogelijk, wat het irrigatiepalet geschikt maakt voor zowel irrigatiedeskundigen, -ontwerpers en -adviseurs, als voor landschapsarchitecten of andere ontwerpers. Bij de analyse van een systeem worden parameters zoals waterdruk, doorstroomdebiet en watersnelheid doorheen de systeemcomponenten, opgenomen en berekend, terwijl rekening gehouden wordt met de manier waarop de componenten samenwerken in het hele systeem. Je kan een irrigatiesysteem op het oppervlak van een terreinmodel plaatsen. Hierbij wordt de hoogte waarop het irrigatienetwerk zich bevindt, aangepast aan het terrein.

Irrigation.png 

Dankzij het feit dat de parameters van de irrigatieobjecten gebaseerd zijn op de gegevens van de fabrikant zelf, kunnen de irrigatiecomponenten realistische parameterwaarden berekenen en weergeven. U bent echter niet beperkt tot het gebruik van de catalogi van fabrikanten. U hebt de vrijheid om irrigatieonderdelen op maat te creëren, toleranties voor variatie op te geven of de gegevens van de fabrikant aan te passen. Je kan met andere woorden het irrigatiesysteem configureren zoals gewenst.

Ter ondersteuning bij het vinden van de juiste maat voor irrigatiebuizen en -ventielen, kunnen de afmetingen van de leidingen automatisch bepaald worden bij het plaatsen. Nadien kan je de grootte van de buizen, ventielen en systeemcomponenten preciezer instellen als een geheel zodat het ontwerp de optimale irrigatiecomponenten voor het systeem bevat. Waarschuwingsberichten helpen bij het identificeren van irrigatiecomponenten die niet voldoen aan de opgegeven productspecificaties of die niet aan het netwerk gekoppeld zijn.

Workflow: Irrigatiesystemen ontwerpen

Landschapsarchitecten en -ontwerpers

Als uitgangspunt bij het ontwerpen van een irrigatiesysteem of bij algemene irrigatieplanning, kan je met behulp van het gereedschap Beregeningszone een algemeen in te richten oppervlakte tekenen met een bepaalde waterbehoefte en een irrigatiemethode zonder dat daarbij de gedetailleerde componenten van een irrigatiesysteem nodig zijn. De beregeningszone stelt ontwerpers in staat om te beoordelen of het ontwerp een efficiënt waterverbruik oplevert. Daarnaast helpt het gereedschap in sommige gebieden te garanderen dat het ontwerp voldoet aan de regelgeving in verband met waterverbruik.

Landschaps- en irrigatiedeskundigen

Door de gereedschappen en commando's voor het ontwerpen van een terreinmodel te combineren met de Irrigatieset, kunnen irrigatiedeskundigen volledige irrigatiesystemen creëren, analyseren en voorzien van documentatie.

Werk samen met een collega die expert is in het ontwerpen van terreinen en importeer Brongegevens terreinmodel, of gebruik je eigen terreingegevens voor het creëren van een terreinmodel (zie Een terreinmodel creëren).

Analyseer de grootte, de vorm, het klimaat, de grondsoort en -toestand, het primaire gebruik, de watervoorziening en het budget, alsook eventuele bijzondere overwegingen voor het terrein.

Bepaal de waterbehoefte van het terrein en de plantensoorten die je aan het terrein wilt toevoegen. Gebruik het gereedschap Beregeningszone om algemene eisen voor het waterverbruik vast te leggen.

Bepaal waar de bron van het water zich bevindt, hoeveel de statische druk en het debiet bedragen, en ga na of deze bron voldoende afgestemd is op de behoeften van het terrein.

Selecteer de fabrikant en de reeksen voor de irrigatieonderdelen. Gebruik de ontwerpgegevens van de componenten om ze met de gewenste instellingen in de tekening te plaatsen.

Als je druppelirrigatie wilt gebruiken op het terrein, bepaal dan of je gebruik maakt van druppelzones (via het gereedschap Druppeluitlaat) of van individuele druppelslangen (via de methode Druppelslang van de het gereedschap Buis).

Gebruik het gereedschap Aansluitpunt om één of meer waterbronnen op de tekening te plaatsen.

Gebruik het gereedschap Ontwerpzone om de adequate bedekking in te schatten, de irrigatie in controlezones te groeperen en het vermogen van het systeem in evenwicht te brengen.

Plaats aftakkingsleidingen met het gereedschap Buis, ventielen met het gereedschap Ventiel en vervolgens de hoofdleiding met het gereedschap Buis.

Het aansluitpunt wordt steeds op de hoofdleiding geplaatst.

Ventielen verbinden de aftakkingsleidingen met de hoofdleiding.

Uitlaten worden steeds op aftakkingsleidingen geplaatst.

Het beschikbare debiet en de waterdruk van de bron bepalen waar de bron in de zone geplaatst wordt.

Plaats andere systeemcomponenten zoals weerstations, afvoerventielen, overdrukventielen, slangaansluitingen, enzovoort.

Als jouw irrigatienetwerk zich onder het oppervlak van een terreinmodel bevindt, selecteer je eerst het hele netwerk en voer je vervolgens het commando Plaats op terreinoppervlak uit om de hoogte van de irrigatiecomponenten aan te passen aan het terrein (zie Objecten op het terreinoppervlak plaatsen). Als er geen terreinmodel bestaat, voer dan manueel de hoogteverschillen in voor de verschillende componenten van het netwerk.

Controleer de berekende informatie van de irrigatiecomponenten op waarschuwingen of problemen.

Het commando Buisdimensionering optimaliseert de diameter van de leiding en de grootte van het ventiel voor het hele systeem conform de gestelde eisen. Bovendien helpt het commando je ervoor te zorgen dat het netwerk zal functioneren zoals verwacht.

Voeg specifieke tekengegevens toe zoals zichtvensters en snedevensters indien nodig.

Vul het ontwerp aan met documentatie over het systeem door opmerkingen, legenda's, labels, rapporten, bladkaders toe te voegen en door kostengerelateerde rekenbladen aan te maken. Rapporten van de verschillende irrigatie-elementen, waaronder buizen, uitlaten, koppelingen, beregeningszones en nog veel meer, kunnen automatisch worden aangemaakt met behulp van standaardrapporten (zie Voorgedefinieerde rapporten gebruiken).

Concept: Ontwerp en berekeningsparameters voor irrigatie

Vectorworks biedt voor de meeste irrigatieobjecten twee soorten informatie: ontwerpinformatie en berekende informatie. Ontwerpinformatie geeft aan met welke waarden het systeem kan functioneren zoals bedoeld. Berekende informatie geeft daarentegen een schatting van de waarden die men kan verwachten op basis van het reële aansluitpunt van de waterbron in het systeem. Ontwerpinformatie kan je beschouwen als de behoefte, terwijl je de berekende informatie kunt beschouwen als hetgeen daadwerkelijk wordt voorzien.

Ontwerpinformatie geef je de ideale waarden voor de druk, het debiet en voor de andere parameters van een component. De berekeningen beginnen met de uitlaten van het systeem en de waarden die nodig zijn om ze te laten functioneren zoals bedoeld. In stroomopwaartse richting worden de waarden voor elke component berekend, om te eindigen met het aansluitpunt.

Het volgende voorbeeld toont een vereenvoudigd irrigatiesysteem en toont hoe de druk voor ontwerpinformatie wordt bepaald. De eerste bekende waarde is de invoerdruk van de uitlaat. Opdat de uitlaat met de vooropgestelde straal en boog kan functioneren, moet de invoerdruk 206,843 kPa bedragen, gebaseerd op de prestatiegegevens van de geselecteerde uitlaat. De uitlaat wordt gevoed door de leiding. Bijgevolg moet de leiding een uitvoerdruk van 206,843 kPa hebben. Maar omdat de leiding een drukverlies heeft van 20,684 kPa, moet de invoerdruk 227,527 kPa bedragen. Tot slot wordt de leiding gevoed door het aansluitpunt, waardoor ook hier een druk van 227,527 kPa vereist is.

Pressure_design.png 

Berekende informatie gaat uit van het opgegeven aansluitpunt van het systeem en geeft aan hoeveel de reële waarden voor de druk, de stroming, en andere parameters zullen bedragen. De berekening vangt aan bij het aansluitpunt en de hiervoor verwachte waarden. In stroomafwaartse richting worden de waarden voor elke component berekend, om te eindigen met de uitlaten.

Het volgende voorbeeld toont nu hetzelfde vereenvoudigde irrigatiesysteem en toont hoe de druk bepaald wordt voor de berekende informatie. De eerste bekende waarde is de uitvoerdruk van het aansluitpunt. Uit de berekende informatie blijkt dat het aansluitpunt voor dit project 275,790 kPa levert. Het aansluitpunt voedt de leiding. Bijgevolg zal de invoerdruk van de leiding ook 275,790 kPa bedragen. Het water zal naar verwachting 20,684 kPa aan druk in de leiding verliezen, wat de uitvoerdruk van de leiding op 255,106 kPa brengt. Tot slot voedt de leiding de uitlaat, waardoor de invoerdruk van de uitlaat ook 255,106 kPa bedraagt. De opgegeven straal die door de uitlaat wordt bedekt, benadert de druk volgens berekening. Deze kan echter verschillen van de straal van de druk volgens ontwerp.

Pressure_calc.png 

Wanneer je deze twee voorbeelden vergelijkt, zie je dat de uitlaat in een ideale situatie een druk van 206,843 kPa zou ontvangen. De verwachte druk bedraagt echter 255,106 kPa, waardoor de straal van bedekking verandert. Evenzo zou het aansluitpunt in een ideale situatie een druk van 227,527 kPa leveren. Volgens de berekeningen zal het aansluitpunt echter 275,790 kPa leveren. De ontwerper kan in zo'n geval de verschillen tussen de ontwerpinformatie en de berekende informatie als aanvaardbaar beschouwen of hij kan het systeem opnieuw ontwerpen om de waarden dichter bij elkaar te laten aansluiten.

Het kan gebeuren dat een component niet voldoet aan de vereiste productspecificaties of dat een component niet op het netwerk is aangesloten. Wanneer er zich een dergelijk probleem voordoet, wordt een waarschuwing gegeven. Dit gebeurt ongeacht of je de ontwerpinformatie of de berekende informatie weergeeft. Irrigatieobjecten moeten op een netwerk worden aangesloten om relevante berekende informatie weer te geven.

Wanneer je de componenten van het irrigatiesysteem plaatst, moet je wellicht regelmatig wisselen tussen de berekende informatie en de ontwerpinformatie. Dit kan door middel van het commando Landschap > Irrigatie > Weergave volgens ontwerp/berekening. Een andere optie is om in het Infopalet van een irrigatieobject door middel van de parameter Geef weer in de tekening te wisselen tussen Ontwerpinformatie en Berekende informatie. Deze parameter verandert de weergave van de hele tekening, niet enkel die van het geselecteerde object.

De irrigatie parameter Bereken het netwerk automatisch bepaalt of de berekeningen automatisch geüpdatet worden na elke wijziging in het netwerk. Wanneer de optie is uitgevinkt, kunnen de waarden in het Infopalet verouderd zijn. Om de berekeningen van het irrigatienetwerk te updaten, selecteer Landschap > Irrigatie > Herreken.

Instellingen irrigatie

Een beregeningszone creëren

Concept: De irrigatiecatalogus gebruiken

Concept: Verbonden irrigatienetwerken creëren

Uitlaten plaatsen

Druppeluitlaten plaatsen

Ontwerpzones creëren

Buizen plaatsen

Ventielen plaatsen

Aansluitpunten plaatsen

Irrigatiebedieningspanelen plaatsen

Irrigatie-systeemcomponenten plaatsen

Buizen dimensioneren

Labels aan irrigatieobjecten toevoegen

Waarschuwingen irrigatiesysteem

Een rapport creëren

Voorgedefinieerde rapporten gebruiken

Heb je niet gevonden wat je zocht? Stel je vraag aan Dex, onze virtuele assistent.