Sets voor ramen en deuren

Met sets kun je voor de verschillende onderdelen van ramen en deuren eigenschappensets selecteren die je hebt bewaard, of opgegeven eigenschappen als sets bewaren zodat je ze nadien kunt gebruiken voor andere ramen of deuren.

Bij het creëren van een nieuw raam- of deurobject is het aangeraden om te vertrekken van de kant-en-klare voorbeeldsymbolen onder Schrijnwerk in de Methodebalk. (Zie Een buitenraam of -deur creëren en Een binnenraam of -deur creëren)

Een nieuwe set bewaren

Nieuwe sets kan je zowel via de Instellingendialoog van de gereedschappen Buitenraam en -deur en Binnenraam en -deur als via de objectinstellingen aanmaken. Dit is niet mogelijk vanuit het Infopalet.

De sets voor Buitenraam- en deurobjecten en de sets voor Binnenraam- en deurobjecten worden gescheiden bewaard.

Om een nieuwe set te bewaren:

Ga in de dialoog naar de categorie van het onderdeel (bijvoorbeeld Ventilatie) waarvoor je een set wilt bewaren.

Zorg dat er slechts één vak, sectie of rand geselecteerd is in de voorvertoning in het rechterdeel van de dialoog. In sommige categorieën is geen selectie vereist.

Controleer of de actieve instellingen correct zijn voor de set die je gaat maken.

Klik op het Diskette-icoon  bovenaan het venster. Een nieuwe dialoog wordt geopend waar je de opslaglocatie en de naam van de set kunt bepalen.

Nieuwe sets kunnen bewaard worden in de Gebruikersmap of in een Werkgroepmap. Zie Bestanden uitwisselen via werkgroepmappen.

Eens bewaard, kan je de set terugvinden in het uitklapbare menu naast het icoon van de set in de dialoog of in het Infopalet. De set is ook beschikbaar in andere documenten.

Een set bewerken/vervangen

Een set kan je zowel via de Instellingendialoog van de gereedschappen Buitenraam en -deur en Binnenraam en -deur als via de objectinstellingen bewerken.

Om een bestaande set te bewerken:

Ga in de dialoog naar de categorie van het onderdeel (bijvoorbeeld Ventilatie) waarvoor je een set wilt bewerken.

Selecteer de gewenste set.

Pas de ingeladen instellingen aan.

Zodra je de instellingen van de set wijzigt, verschijnt er een asterisk (*) vóór de naam van de set. Vergeet hierna de set niet opnieuw te bewaren, anders gaan je wijzigingen verloren wanneer je de dialoog sluit.

Klik op het Diskette-icoon  bovenaan het venster, en geef dezelfde naam en locatie op als de oude set die je wilt vervangen.

Een waarschuwing verschijnt. Klik op OK.

Bestaande objecten waarop de oude set was toegepast, worden niet automatisch gewijzigd. Om dit op te lossen kan je de bestaande objecten in de tekening selecteren en de aangepaste set opnieuw toepassen via het Infopalet.

Sets hernoemen, verplaatsen of verwijderen

Om een set set te hernoemen, verplaatsen of verwijderen:

Ga in de dialoog naar de categorie van het onderdeel (bijvoorbeeld Ventilatie) waarvoor je een set wilt bewerken.

Klik op het Bewerk-icoon   bovenaan het venster. Een nieuwe dialoog wordt geopend met een lijst van alle sets voor een specifiek onderdeel.

Klik op de naam om deze te bewerken, klap de lijst van locaties uit om de set te verplaatsen, of klik op het vuilbakje in de rechterkolom om de set te verwijderen. Je kan ook de Delete-toets gebruiken om een set te verwijderen.

Voorgedefinieerde bibliotheeksets (bewaard in de Programmamap) kunnen niet verwijderd, verplaatst of hernoemd worden.

Een set toepassen

Je kunt sets toepassen op objecten vanuit twee locaties in Vectorworks: vanuit het dialoogvenster ‘Buitenramen en -deuren’ of 'Binnenramen of -deuren' en vanuit het Infopalet. 

In het dialoogvenster heb je ook twee keuzes: je past alle sets in één keer toe via de lijst in de categorie Sets en standaarden (deze lijst is dezelfde als die van het Infopalet), of je past de sets lokaal per categorie toe. Lokale toepassing heeft het extra voordeel dat je kan kiezen op welk deel (vak, sectie of rand) van het object je de set wilt toepassen.

De naam van de laatst toegepaste set blijft zichtbaar in de instellingen van een object totdat je een nieuwe set toepast.

Om een set toe te passen vanuit de lijst in het dialoogvenster ‘Buitenramen en -deuren’:

Ga naar de categorie Sets en standaarden van het dialoogvenster.

Selecteer een set voor het gewenste onderdeel.

Na selectie van de set worden de instellingen van de set onmiddellijk in de categorie van het overeenkomstige onderdeel geladen, en toegepast op alle geschikte vakken, secties of randen van het object. Bijvoorbeeld: alle opengaande secties van het object zullen een handgreep krijgen. Je kunt geen onderscheid maken.

Als je de set hebt toegepast in het dialoogvenster via de Methodebalk, worden de nieuwe instellingen gebruikt voor alle nieuwe Buitenraam en -deurobjecten of Binnenraam en -deurobjecten die je je hierna in de tekening plaatst. Als je de set hebt toegepast in de Instellingendialoog van een bestaand object, dan wordt de set enkel toegepast op het geselecteerde object.

Wanneer je na het toepassen van een set het object verder aanpast via de Instellingendialoog (bv. als je een extra vak toevoegt), worden hierbij niet de eigenschappen uit de set gebruikt, maar de actieve standaardwaarden (deze kunnen verschillen van de toegepaste set). Wil je dit herstellen, dan moet je de set opnieuw toepassen wanneer je klaar bent met je aanpassingen.

Om een set lokaal toe te passen vanuit het dialoogvenster ‘Buitenramen en -deuren’ of 'Binnenramen of deuren':

Ga in de dialoog naar de categorie van het onderdeel (bijvoorbeeld Ventilatie) waarvoor je een set wilt toepassen.

Selecteer in de voorvertoning de vakken, secties of randen (afhankelijk van het onderdeel) waarop je de set wilt toepassen.

Gebruik shift+klik om meerdere delen te selecteren, of Ctrl+A om alle geschikte delen te selecteren.

Voor sommige onderdelen zijn er speciale vereisten. Bijvoorbeeld: een handgreep kun je alleen toevoegen voor opengaande secties. Zie Instellingen buitenraam of -deur en Instellingen binnenraam of -deur.

Selecteer een set.

Na selectie van de set worden de instellingen van de geselecteerde delen onmiddellijk overschreven.

Om een set toe te passen vanuit het Infopalet:

Selecteer een of meer ramen of deuren in de tekening.

Klik in het infopalet op de knop Pas sets en standaarden toe. Een nieuw dialoogvenster wordt geopend.

Selecteer de gewenste sets. Deze worden onmiddellijk toegepast op de geselecteerde objecten (je hoeft niets meer te bevestigen).

Sluit het dialoogvenster.

Wanneer je na het toepassen van een set het object verder aanpast via de Instellingendialoog (bv. als je een extra vak toevoegt), worden hierbij niet de eigenschappen uit de set gebruikt, maar de actieve standaardwaarden (deze kunnen verschillen van de toegepaste set). Wil je dit herstellen, dan moet je de set opnieuw toepassen wanneer je klaar bent met je aanpassingen

Een buitenraam of -deur creëren

Een binnenraam of -deur creëren

Instellingen buitenraam of -deur

Instellingen binnenraam of -deur

Heb je niet gevonden wat je zocht? Stel je vraag aan Dex, onze virtuele assistent.