Problemen met client/server
Probleem: De Vectorworks-serversoftware start niet op.
Controleer bij gebruik van een dongel, of de dongel correct is ingestoken en of het lichtje aan is. Als er geen lichtje brandt, probeer dan een andere USB-poort en/of herstart de server.
Om te controleren of het correcte licentiebestand aanwezig is, ga je naar Vectorworks Site Protection > License. Je herkent het licentiebestand aan het volgende formaat: LPF_XXXXXX.lic. Het is belangrijk dat XXXXXX overeenkomt met de laatste zes karakters van je serienummer. Als dit niet het geval is, download je het licentiebestand opnieuw en selecteer je Vectorworks Site Protection > License > Add License from File om het juiste licentiebestand toe te voegen.
Ga na of het licentiebestand zich in de juiste map bevindt.
Windows: C:\ProgramData\Vectorworks Site Protection
Mac:/Library/Application Support/Vectorworks Site Protection/
De Debug-log bevat mogelijk aanwijzingen over de werking van de server. Controleer de status van de server en kijk of je foutmeldingen vindt in het logbestand. Zie The Debug log.
Probleem: De clientsoftware start niet op.
Controleer of de gebruiker niet bij vergissing wordt tegengehouden door een ISV-optie op de server.
Controleer het poortnummer in het dialoogvenster ‘Aanmeldingsinstellingen’. Het is aangeraden om de optie Zoek automatisch naar servers in te schakelen en poortnummer 5053 te gebruiken. Zorg ervoor dat de poortnummers van de server en client overeenkomen.
Zorg ervoor dat de firewall de communicatie met de server of client niet blokkeert.
Problemen bij het inloggen kunnen worden veroorzaakt door onregelmatigheden in het netwerk. Test de verbinding tussen de server en de client door te pingen. Als er een probleem is, controleer dan de netwerkstatus.
Als het IP-adres van de server ingesteld is op dynamisch (DHCP) kan dit zorgen voor verbindingsproblemen tussen de server en de client. Gebruik een vast IP-adres.
Probleem: Het client-Vectorworksprogramma is afgesloten, maar het aantal beschikbare licenties verandert niet.
Netwerkverbindingsproblemen of een stroomonderbreking kunnen zorgen voor een fout bij het tellen van het aantal licenties, Test de verbinding tussen de server en de client door te pingen. Als er een probleem is, controleer dan de netwerkstatus. Doe een test door het netwerk te omzeilen: zet een tijdelijk eenvoudig netwerk op dat alleen bestaat uit het client-toestel en de server.
Als de clientsoftware werd afgesloten door het verbreken van de netwerkverbinding, of als om een andere reden het afsluitbericht de server niet bereikt, kan het weergegeven aantal licenties tijdelijk onjuist zijn. Herstart Vectorworks op het client-toestel en sluit het programma correct af. Heb je hierna nog steeds problemen, dan kan je best de server herstarten.
Probleem: De module die geïnstalleerd is, blijkt niet te werken.
Selecteer bij het opstarten van Vectorworks de module uit de lijst Modules in het dialoogvenster ‘Aanmeldingsinstellingen’ om te controleren of de juiste module werd gekozen.
Als je verschillende versies van het programma op je computer hebt, ga dan na of de software op het client-toestel met de correcte Vectorworks Site Protection Server installer werd geïnstalleerd.
Controleer of de gebruiker niet per vergissing wordt tegengehouden door een ISV-optie op de server.
Heb je nadien nog andere modules geïnstalleerd? Controleer dan of het licentiebestand werd geüpdatet. Als je een ander poortnummer dan 5053 gebruikt, kijk dan na of het geüpdatete licentiebestand het correcte poortnummer bevat.
Probleem: Nieuwe client-licenties zijn niet beschikbaar of zijn niet meegeteld in het aantal licenties.
Werd het licentiebestand geüpdatet?
Als u een ander poortnummer dan 5053 gebruikt, kijk dan na of het geüpdatete licentiebestand het correcte poortnummer bevat.
Probleem: Ik wil licenties doorheen een firewall aanbieden.
Als je licenties doorheen een firewall wilt aanbieden, moet je voor beide licentieservers (de RLM- en ISV-server) poortnummers gebruiken die gekend zijn door je firewall zodat ze niet geblokkeerd worden.
De RLM-server gebruikt steeds een gekend poortnummer dat je terugvindt in het licentiebestand op de SERVER- of HOST-regel.
De RLM start gewoonlijk alle ISV-servers op met dynamische poortnummers die niet gekend zijn op voorhand. Indien gewenst is het mogelijk om vaste poortnummers toe te kennen aan de ISV-servers. Om dit te doen, moet je het poortnummer voor de ISV-server invoeren op de ISV-regel. Het poortnummer is de vijfde parameter op de ISV-regel:
ISV isvname isv-binary options-file port-number
Om het poortnummer in te voeren, moet je eveneens een options-bestand instellen voor deze ISV-server.
Nadat je het poortnummer hebt ingegeven, pas je de firewall-instellingen van je computer aan zodat verbinding kan gemaakt worden met het poortnummer op de SERVER-regel (voor RLM) en met de poortnummers op ISV-regels.
Herstart de RLM om de wijzigingen door te voeren. (Opgelet: Als je de ISV-server opnieuw opstart via de webinterface of rlmreread, wordt de RLM niet herstart.)
Je kan het poortnummer van de ISV-server definiëren met de optionele parameter “port=xxx” op de ISV-regel:
ISV isvname binary=isv-binary port=port-number
of
ISV isvname isv-binary port=port-number
Als je dit doet, hoef je geen ISV-optionsbestand op te geven.
Heb je niet gevonden wat je zocht? Stel je vraag aan Dex, onze virtuele assistent.