Concept: Artlantis

Artlantis voor Vectorworks is een uitbreiding van de Vectorworks-software die realistische afbeeldingen oplevert door het principe van “Raytracing”. Dit product is een op zich staande applicatie die geïntegreerd werd in Vectorworks door middel van een reeks commando’s waarmee u in Vectorworks scènes kunt voorbereiden.

Werkwijze

Hieronder vindt u de verschillende stappen voor het gebruik van de Artlantis-insteekmodule:

Modelleren: Gebruik Vectorworks en diens 3D-gereedschappen om een object of een scène te modelleren.

De scène inrichten: U kunt de Artlantis-commando’s gebruiken om lichtbronnen te plaatsen of de gebruikte materialen te definiëren.

Een gelinkt Artlantis-bestand creëren: Creëer een bestand in Artlantis-formaat dat gelinkt blijft aan het Vectorworksbestand.

Voorvertoning van de scène: Nadat u Vectorworks heeft verlaten en Artlantis geopend, kunt u een voorvertoning van de scène bekijken om de materiaalgroepen gedefinieerd in Vectorworks te voorzien van texturen of ingescande afbeeldingen.

Eindberekening: Zodra de laatste hand gelegd is aan de voorvertoning van de scène berekent Artlantis de finale afbeelding (of animatie) in een formaat naar keuze.

Als u de geometrie van de scène wilt aanpassen, keert u terug naar Vectorworks en maakt u daar de nodige wijzigingen. Vervolgens werkt u eenvoudigweg het gelinkte Artlantis-bestand bij. Alle omgezette materialen blijven behouden, net als alle lichtbronnen, aanzichten, cameraverplaatsingen, enz. Hierna kunt u onmiddellijk overgaan tot de berekening van de finale afbeelding. Dit is hét grote voordeel van de Artlantis-functionaliteit, omdat het niet nodig is bij elke wijziging de materialen en alle andere kenmerken opnieuw te definiëren.

De scène modelleren

Alle 3D-objecten die in een Vectorworks-bestand zijn gemaakt, kunnen worden geëxporteerd naar Artlantis, inclusief booleaanse volumes of lagenkoppelingen. Er zijn daarbij geen bijkomende voorwaarden. Objecten gecreëerd in Vectorworks kunnen worden afgevlakt in Artlantis, zelfs als ze zijn samengesteld uit onafhankelijke subobjecten. Voor een goede afvlakking is het niet noodzakelijk om een zeer hoge resolutie te hebben: een twaalftal segmenten per cirkel volstaat.

Het materiaal van een object definiëren

Aanvankelijk zijn materialen niet meer dan “namen” die u toekent aan de objecten in Vectorworks. Het is pas nadien in Artlantis dat de link zal worden gelegd tussen een materiaal en een shader of textuur. Er zijn verschillende manieren om te werk te gaan: u kunt materialen toekennen op basis van de volgende criteria:

de klasse

de textuur

één van de kleuren van het object (voor- of achtergrondkleur patroon, voor- of achtergrondkleur lijn)

Voor de kleur van ondoorzichtige oppervlakken kiest u de optie Achtergrondkleur patroon, voor de lijnkleur kiest u de optie Voorgrondkleur lijn. De andere kleuropties worden zelden gebruikt.

Voorbeeld:

U wilt een scène creëren bestaande uit een tegelvloer (de tegels zijn nog te preciseren) en een object (een kubus) dat op de vloer staat. Voor de vloer en de kubus moeten twee verschillende materialen worden gebruikt. Het maakt weinig uit welke naam u in Vectorworks aan de materialen geeft; de materialen kent u namelijk pas echt toe in Artlantis op het moment dat u de link legt tussen het materiaal van de vloer en een shader met tegels, en tussen het materiaal van de kubus en een shader metaal (bijvoorbeeld).

Instellingen Artlantis

Omzetting materialen

Materiaal van het object

Exporteer Artlantis

Heb je niet gevonden wat je zocht? Stel je vraag aan Dex, onze virtuele assistent.