Tekststijlen gebruiken
Een tekststijl is een hulpbron die de tekstkenmerken specificeert, zoals lettertype, lettergrootte, stijl, regelafstand, uitlijning, kleur en achtergrondkleur (vulling). Tekststijlen maken het gemakkelijk om een consistent uiterlijk toe te passen op alle tekst in een bestand; als je een tekststijl wijzigt, worden alle objecten die de stijl gebruiken in één keer bijgewerkt. Een tekststijl kan worden toegepast op objecten die gemaakt zijn met het gereedschap Tekst en op de tekstdelen van andere objecten zoals titelblokken, afmetingen en tekstballonnen.
Niet alle functies of gereedschappen kunnen gebruik maken van een tekststijl. Bijvoorbeeld, rekenbladen en ruimteobjecten hebben tekstcomponenten, maar ze kunnen geen tekststijlen gebruiken.
Een tekststijl kan deel uitmaken van een klasse. Dit zorgt ervoor dat alle items in dezelfde klasse, dezelfde stijl hebben. Dit maakt het gemakkelijk om bijvoorbeeld dezelfde tekststijl toe te passen op alle maatlijnen. Zie Eigenschappen van klassen bewerken.
Vectorworks bevat bij de installatie reeds een aantal eenvoudige tekststijlen. Deze worden weergegeven in de keuzelijst Tekststijl in de Methodebalk van het gereedschap Tekst. Hiernaast, kan je een tekststijl op maat maken voor je eigen gebruik , of om te delen met medewerkers. Omdat het hulpbronnen zijn, kunnen tekststijlen geëxporteerd en geïmporteerd worden in een ander bestand, gekopieerd worden tussen bestanden, er kan op geabonneerd worden en ze kunnen verwijderd en/of vervangen worden binnen het huidige document (zie Hulpbronnen verwijderen of vervangen). Voor meer informatie over het gebruik van hulpbronnen op maat, zie Gebruikers- en werkgroepbibliotheken creëren and Hulpbronnen gebruiken in je tekening.
Tekststijlen creëren
Tekststijlen op maat worden opgeslagen met het huidige bestand en ze kunnen ook worden geëxporteerd naar andere bestanden of worden toegevoegd aan hulpbronbibliotheken.
Om een nieuwe tekststijl te creëren:
Voer één van onderstaande handelingen uit.
Selecteer in het menu van het Hulpbronnenpalet de optie Nieuwe hulpbron, selecteer Tekststijl en klik op Creëer. Of: kies '’Tekststijlen' als filteroptie in het Hulpbronnenbeheer en klik vervolgens op de knop Nieuwe tekststijl.
Selecteer het gereedschap Tekst in het palet Basisgereedschappen en kies de optie ‘Nieuw’ uit de lijst met Tekststijlen in de Methodebalk.
Het dialoogvenster ‘Creëer tekststijl’ wordt geopend. Stel hier de parameters in.
Selecteer Tekst > Opmaak tekst. Stel de parameters in en klik op Bewaar en geef de nieuwe stijl een naam. Zie Tekst opmaken.
Click to show/hide the parameters.Click to show/hide the parameters.
|
Veld |
Omschrijving |
|
Naam |
Geef de tekststijl een naam. |
|
Lettertype |
Selecteer een lettertype uit de lijst of typ de eerste letter van het gewenste lettertype. |
|
Grootte |
Kies een tekstgrootte in functie van de gekozen eenheid: Punten, Millimeter of Inches. |
|
Regelafstand |
Selecteer aan de hand van de selectieknoppen een vooringestelde regelafstand of stel zelf een spatiëring in door de selectieknop Op maat aan te klikken en de puntwaarde in te vullen. |
|
Stijl |
Geef de gewenste opties op |
|
Uitlijning |
Selecteer het type Horizontale en Verticale uitlijning. |
|
Kleur |
Selecteer de kleur voor de tekst (zie ). Als je een achtergrondvulling achter de tekst wilt, selecteer je de optie Achtergrond en geef je ook een kleur op. Indien uitgevinkt, wordt er geen achtergrondkleur gebruikt. |
|
Voorvertoning |
Geeft een voorvertoning van het lettertype, de grootte, de stijl, de tekstkleur en de achtergrondkleur van de tekst, indien van toepassing |
De nieuwe tekststijl wordt bij het bestand bewaard en in het Hulpbronnenpalet getoond. Tekststijlen verschijnen op de Methodebalk als het gereedschap Tekst actief is en op het Infopalet als er een tekstobject is geselecteerd.
Tekststijlen toepassen
Tekststijlen kunnen op verschillende plaatsen in het Vectorworks programma worden toegepast. aan tekstobjecten en aan tekst in bepaalde andere objecten (zoals maatlijnen, tekstballonnen en andere aanduidingen).
Sleep de tekststijl vanuit het Hulpbronnenbeheer naar een object en laat de muisknop los.
Selecteer het hele tekstobject of een gedeelte ervan of selecteer een ander object dat tekststijlen gebruikt. Selecteer een Tekststijl in het Infopalet.
Wijs een tekststijl toe aan een klasse en ken de klasse toe aan het object.
Selecteer het hele tekstobject of een gedeelte ervan of selecteer een ander object dat tekststijlen gebruikt. Ga naar Tekst > Opmaak tekst en selecteer een Tekststijl in het dialoogvenster ‘Opmaak tekst’.
Zorg ervoor dat er niets geselecteerd is. Activeer het gereedschap Tekst en selecteer een Tekststijl in de Methodebalk. Dit stelt de standaardtekststijl in die zal worden gebruikt wanneer nieuwe objecten worden aangemaakt.
Andere kenmerken van tekststijlen
Hoewel tekststijlhulpbronnen een kleur kunnen bevatten, gebruiken sommige types objecten de tekststijlkleur niet. Bijvoorbeeld:
Tekst, tekstballonnen en algemene opmerkingen gebruiken steeds de kleur van de tekststijl.
Maatlijnen en andere verwijzingen gebruiken de huidige lijnkleur.
Als de tekststijl van een object bepaald wordt door de klasse van het object, wordt de tekststijl weergegeven als <Tekststijl klasse>.
Tekst zonder stijl wordt in het veld Tekststijl aangeduid met <Zonder stijl>. Als je een van de kenmerken van tekst met stijl wijzigt (bijvoorbeeld als je de grootte wijzigt van 16 punten in 18 punten), wordt de tekststijl automatisch <Zonder stijl>. Tekst wordt ook gedefinieerd als Zonder stijl als je de <Zonder stijl> optie erop toepast, maar de tekstkenmerken blijven hetzelfde.
Als je tekst met stijl verplaatst naar een laag met een andere schaal dan de oorspronkelijke laag, wordt de tekst overeenkomstig geschaald en wordt hij automatisch ingesteld als <Zonder stijl>; pas de tekststijl opnieuw toe als je de oorspronkelijke tekstgrootte wilt herstellen.
De kenmerken uitlijning, spatiëring en achtergrondkleur van een tekststijl worden alleen toegepast als een volledig tekstobject is geselecteerd; deze kenmerken worden genegeerd als je een stijl toepast op een deel van een tekstobject.
Bevat een tekstobject tekst in verschillende tekststijlen, dan wordt er in het Infopalet geen tekststijl aangeduid. De stukken tekst met tekststijl zullen nog steeds bijgewerkt worden als de tekststijl zelf gewijzigd wordt.
Tekststijlen bewerken
Als je een tekststijlbron wijzigt, worden alle objecten in het bestand die de stijl gebruiken in één keer bijgewerkt.
Om een tekststijl te bewerken:
Of: klik in het Hulpbronnenbeheer met de rechtermuisknop op een hulpbron en selecteer het commando Bewerk in het contextmenu.
Het dialoogvenster ‘Tekststijl’ wordt geopend.
Pas de instellingen aan zoals beschreven in “Tekststijlen creëren” hierboven.
De definitie van de tekststijl en alle objecten in het bestand die deze tekststijl gebruiken, worden bijgewerkt.

Niet gevonden wat je zocht? Vraag het aan onze virtuele assistent Dex. ![]()