Een foto-inpassing plaatsen
Commando |
Locatie |
Plaats foto-inpassing |
Weergave > Foto-inpassing |
De foto-inpassing bevat de foto, controlepunten en referentiepunt voor de manipulatie. Plaats dit object in de tekening tijdens het bewerken van de aantekeningen van het presentatielaagzichtvenster.
Om een foto-inpassing te plaatsen:
Klik met de rechtermuisknop op het presentatielaagzichtvenster en selecteer het commando Bewerk aantekeningen in het contextmenu. Zie Aantekeningen plaatsen in een zichtvenster.
Selecteer het commando.
Het dialoogvenster ‘Foto-inpassing instellingen’ wordt geopend.
Klik hier om de velden te tonen/te verbergen.Klik hier om de velden te tonen/te verbergen.
Veld |
Omschrijving |
Foto |
|
Gebruik afbeelding uit actieve document |
Selecteer hier een afbeeldingshulpbron die reeds aanwezig is in het bestand. |
Importeer nieuwe afbeelding |
Klik op deze knop om een nieuwe afbeelding te importeren. |
Helderheid foto |
Pas in dit veld de helderheid van de foto aan. Geef als waarde 0% in om de oorspronkelijke helderheid van de foto te behouden. Door de foto helderder maken zal het makkelijker zijn om de invoeglijnen op de foto te onderscheiden. |
Referentieobject |
Selecteer het gewenste referentieobject uit de lijst. |
Laag gekozen referentieobject |
Dit is de laag waarop het geselecteerde referentieobject zich bevindt. Deze informatie helpt je bij het vinden van de juiste foto-inpassingsreferentie. |
Stijl referentielijn |
Kies de gewenste stijl uit de lijst. Hiermee bepaal je het uitzicht van de invoeglijnen van het referentiepunt. |
Selecteer een foto uit het actieve bestand of klik op de knop Importeer nieuwe afbeelding om een nieuwe foto te importeren zoals beschreven in Importeer afbeelding.
Selecteer de foto-inpassingsreferentie uit de lijst Referentieobject en selecteer de lijnstijl voor de invoeglijnen.
Er wordt een foto-inpassing in de aantekeningen van het zichtvenster geplaatst. Je kan de eigenschappen van de foto-inpassing wijzigen via het Infopalet.
Klik hier om de velden te tonen/te verbergen.Klik hier om de velden te tonen/te verbergen.
Veld |
Omschrijving |
Instellingen |
Open via deze knop het dialoogvenster ‘Foto-inpassing instellingen’. |
Afmeting foto (pixels) |
Dit zijn de afmetingen van de geïmporteerde foto (aantal pixels breed x aantal pixels hoog). |
Breedte/hoogte afgedrukte foto |
Geef de breedte en hoogte op voor de afdrukversie van de foto. Wijzig je een van deze waarden, dan wordt de andere waarde automatisch aangepast om de oorspronkelijke breedte-hoogteverhouding van de foto te behouden. |
Beste DPI presentatielaag |
Het is aangeraden om deze pixeldichtheid in te stellen voor de actieve presentatielaag. Deze waarde is gebaseerd op de huidige resolutie (in Dots per Inch) van de weergegeven foto en is afhankelijk van de afmetingen en afdrukgrootte van deze foto. Door deze DPI-waarde aan de presentatielaag te geven, ben je er zeker van dat het gerenderde model, de achtergrondrendering en de maskers allen dezelfde pixelgrootte hebben. |
Toon foto |
Vink deze optie aan om de foto zelf weer te geven in de foto-inpassing. Vectorworks gebruikt deze foto voor het uitlijnen van de invoeglijnen, alsook voor rendermethodes die geen Renderworks achtergrond gebruiken. Wanneer je het aanzicht instelt door middel van de opties Pas aanzicht in en Stel weergave af, wordt de optie Toon foto automatisch uitgeschakeld voor rendermethodes die een Renderworks achtergrond gebruiken. Omgekeerd, wordt Toon foto automatisch ingeschakeld voor rendermethodes die geen Renderworks achtergrond gebruiken. |
Snijd foto volgens bijgesneden zichtvenster |
Vink deze optie aan om de foto zó bij te snijden dat enkel het gedeelte dat binnen het bijgesneden zichtvenster ligt, zichtbaar is. |
Toon invoeglijnen |
Vink deze optie aan om de invoeglijnen van het referentiepunt te tonen. Vink deze optie uit wanneer je overgaat tot de finale rendering van het model. |
Toon 3D-as van referentieobject |
Vink deze optie aan om de 3D-assen van het referentiepunt te tonen. Vink deze optie uit wanneer je overgaat tot de finale rendering van het model. |
Toon voorvertoningsobject |
Vink deze optie aan om een voorvertoning weer te geven in het object van de foto-inpassing. Wanneer je het aanzicht instelt door middel van de opties Pas aanzicht in en Stel weergave af, wordt de optie Toon voorvertoningsobject automatisch uitgeschakeld zodat je het model zelf kunt bekijken. |
Voorvertoning instellingen |
Klik op deze knop om het dialoogvenster ‘Voorvertoning instellingen’ te openen (zie Het voorvertoningsobject). |
Lengtelijn |
Selecteer de invoeglijn die dienst doet als lengtelijn. De lengtelijn heeft volle pijlen en een lengte die wordt weergegeven. De plaatsing van de foto-inpassingsreferentie hangt samen met de Lengtelijn. Zie Invoeglijnen en referentiepunt aanpassen. |
Gekende lengte |
Dit is de gekende lengte van de lengtelijn in het model. |
Richtvlak (verticale lengtelijn vereist) |
Selecteer in het geval van een verticale lengtelijn welk richtvlak het referentiepunt bevat om de foto-inpassingsreferentie in het model te situeren. Linker-verticale vlak: Kies deze optie om aan te geven dat het verticale vlak de Lengtelijn bevat en in de richting van het linker verdwijnpunt loopt. Rechter-verticale vlak: Kies deze optie om aan te geven dat het verticale vlak de Lengtelijn bevat en in de richting van het rechter verdwijnpunt loopt. |
Kijkhoek (berekend) |
Dit is de kijkhoek op basis van het berekende aanzicht. |
Kijkhoek (afgesteld) |
Dit is de kijkhoek op basis van het afgestelde aanzicht. Deze waarde kan veranderen wanneer je wijzigingen aanbrengt in het dialoogvenster ‘Aanzicht afstellen’. |
Rendermethode |
Kies welke rendermethode Vectorworks toepast als je het aanzicht instelt door middel van de opties Pas aanzicht in en Stel weergave af. |
Pas aanzicht in |
Klik op deze knop om het aanzicht en de rendermethode van het zichtvenster in te stellen volgens het berekende aanzicht. |
Stel weergave af |
Klik op deze knop om het dialoogvenster ‘Aanzicht afstellen’ te openen (zie De weergave in detail afstellen). |
Finale rendering achtergrond |
Selecteer de finale achtergrondrendering voor het zichtvenster dat de foto-inpassing bevat. Klik op de knop Zichtvenster renderen om de gekozen rendermethode toe te passen. De rendermethode die je hier selecteert, kan je aanpassen door de bewerkmodus te verlaten en terug te keren naar de presentatielaag. Selecteer het zichtvenster en klik op de overeenstemmende knop Instellingen in het Infopalet. |
Finale rendering voorgrond |
Selecteer de finale voorgrondrendering voor het zichtvenster dat de foto-inpassing bevat. Klik op de knop Zichtvenster renderen om de gekozen rendermethode toe te passen. De rendermethode die je hier selecteert, kan je aanpassen door de bewerkmodus te verlaten en terug te keren naar de presentatielaag. Selecteer het zichtvenster en klik op de overeenstemmende knop Instellingen in het Infopalet. |
Zichtvenster renderen |
Klik op deze knop om het zichtvenster dat de foto-inpassing bevat, te renderen. |
Klik op deze knop om een Renderworks camera op een ontwerplaag te plaatsen, afhankelijk van het huidige aanzicht van de foto-inpassing. Het dialoogvenster ‘Plaats Renderworks Camera’ wordt geopend; selecteer hier een ontwerplaag voor de RW camera. Alle instellingen van de RW camera (locatie, doel, kijkhoek, kantelhoek, enz.) worden gelijkgezet met die van het aanzicht van de foto-inpassing. Zie Een Renderworkscamera in je tekening plaatsen. |
Heb je niet gevonden wat je zocht? Stel je vraag aan Dex, onze virtuele assistent.